Christen • Bijbel in Joodse context • Joods-christelijk perspectief op Israël, antisemitisme & Nederlandse politiek • Gewoond en gewerkt in het Midden-Oosten

Nederland
Joined June 2020
Opnieuw een gijzelaar die zijn verhaal verteld. Hij was één van de langst gegijzelden. youtu.be/txxOfIhnC5Y
5
11
23
763
Judea en Samaria uitbreiden. Maar wel met liefde voor Palestijnen. Hoe dan? Tijdens mijn reis door Judea en Samaria sprak ik iemand die iets zei wat mij is bijgebleven. Hij verwoordde zijn overtuiging ongeveer zo: Ik geloof dat Judea en Samaria voor Israël bedoeld zijn. Dat Israël dit land moet vasthouden en de Joodse aanwezigheid verder moet uitbreiden. Maar wel met liefde voor de Palestijnen. Hoe dan? Tja. Dat is natuurlijk de moeilijke vraag. Maar juist die combinatie van overtuiging en betrokkenheid bij Palestijnen vond ik interessant. Het was niet de enige keer dat ik iets hoorde wat nauwelijks past bij het beeld dat we in Nederland vaak van Israëlische kolonisten krijgen. Ik sprak mensen die diep overtuigd zijn van de historische en Bijbelse verbondenheid van het Joodse volk met Judea en Samaria. Mensen voor wie Shilo, Hebron en Bethel geen willekeurige plaatsen zijn, maar onderdeel van hun geschiedenis en identiteit. Tegelijk hoorde ik bij deze mensen ook duidelijke kritiek op de radicale hilltop youth, vooral op degenen die Palestijnen bedreigen, aanvallen of hun eigendommen vernielen. Die kritiek kwam ook van mensen uit de nederzettingen zelf. En opvallend genoeg hoorde ik bij Palestijnen eveneens onderscheid tussen gevestigde nederzettingen, zoals Shilo, en radicale groepen op de heuveltoppen. Natuurlijk zijn dit persoonlijke gesprekken. Maar ze maakten mij nieuwsgierig. Hoeveel van deze opvattingen vinden we terug binnen de bredere nederzettingenbeweging? Kritiek vanuit de nederzettingen zelf Neem Yisrael Ganz, voorzitter van de Yesha Council, de koepel van Israëlische nederzettingenbesturen. Hij is uitgesproken voorstander van verdere Joodse vestiging in Judea en Samaria. Toen in augustus 2026 radicale kolonisten Palestijnse gezinnen bij Qusra belaagden, veroordeelde hij dat openlijk. Niets rechtvaardigt volgens hem geweld tegen onschuldige burgers. Het eigenmachtig vestigen van een buitenpost bij iemands woning noemde hij onaanvaardbaar. En tegelijkertijd riep hij de Israëlische regering op om verdere, gereguleerde Joodse vestiging mogelijk te maken. Dat is precies de combinatie die ik tijdens mijn reis hoorde: vasthouden aan de overtuiging dat Joden in dit land horen, maar afwijzen dat onschuldige Palestijnen daarvoor slachtoffer mogen worden. Nog scherper was Shai Alon, bestuurder van Beit El. Hij noemde de gewelddadige jongeren criminelen die hun woede afreageren op onschuldige Palestijnen. Volgens hem brengen zij niet alleen die Palestijnen schade toe, maar ook de staat Israël en de hele nederzettingenbeweging. Hij bekritiseerde bovendien de Israëlische overheid vanwege het onvoldoende optreden tegen deze groepen. Dit zijn geen uitspraken van tegenstanders van Joodse aanwezigheid in Judea en Samaria. Ze komen juist uit het hart van de nederzettingenbeweging. Ook rabbijnen trekken duidelijke grenzen Rabbijn Eliezer Melamed uit Har Bracha publiceerde in augustus 2026 een duidelijke religieuze afwijzing van geweld tegen Arabieren en hun eigendommen. Hij stelde dat het verboden is mensen te bedreigen, hun eigendommen te vernielen of hen te verdrijven door eigenrichting. Al in 2016 waarschuwde hij tegen radicale jongeren die hun nationalistische overtuigingen gebruiken om geweld te rechtvaardigen. Hij maakte daarbij overigens ook onderscheid tussen verschillende groepen hilltop youth. Niet iedereen die op de heuveltoppen woont, behoort tot de gewelddadige radicalen. Ook binnen die groep bestaat dus verscheidenheid. Liefde voor Palestijnen. Niet alleen in woorden. Maar er is nog een andere kant. Sommige religieus-zionistische inwoners van Judea en Samaria gaan veel verder dan het veroordelen van geweld. Zij zoeken actief contact met hun Palestijnse buren. Rabbijn Hanan Schlesinger uit Gush Etzion is daarvan een bijzonder voorbeeld. Hij voelt zich diep verbonden met het land Israël, vanuit zijn Joodse identiteit, zijn geloof en de geschiedenis van zijn volk.
1
1
3
230
Maar hij erkent tegelijkertijd dat Palestijnen óók een historische verbondenheid met hetzelfde land hebben. Volgens hem hoeft de erkenning van de Palestijnse verbondenheid met het land niet te betekenen dat hij zijn eigen verbondenheid moet opgeven. Samen met Palestijnen richtte hij Roots op, een organisatie die ontmoetingen organiseert tussen Joodse kolonisten en Palestijnse inwoners. Interessant is dat ook Palestijnse deelnemers daarover positief spreken. De Palestijnse activist Noor A'wad beschreef hoe belangrijk het voor hem was dat Schlesinger zijn Palestijnse identiteit en de geschiedenis van zijn volk erkende, zonder zijn eigen Joodse identiteit te verloochenen. Ook rabbijn Yakov Nagen uit Otniel pleit voor wederzijds begrip en contacten tussen Joden en Palestijnen. Zijn uitgangspunt is eenvoudig: vrede begint niet uitsluitend met politieke afspraken, maar ook met menselijke relaties. En dan was er rabbijn Menachem Froman uit Tekoa, een overtuigd religieus-zionist die jarenlang gesprekken voerde met Palestijnse religieuze leiders. Hij zag de religieuze verbondenheid met het land niet uitsluitend als een bron van conflict, maar ook als een mogelijke basis voor vrede. Maar hoe moet dat dan? Ik kom terug bij die man die ik tijdens mijn reis ontmoette. Hij wilde Judea en Samaria vasthouden en de Joodse aanwezigheid uitbreiden. Maar wel met liefde voor Palestijnen. Daarmee zijn natuurlijk niet alle vragen opgelost. Wat betekent die liefde wanneer beide volken aanspraak maken op hetzelfde land? Hoe verhoudt uitbreiding zich tot het eigendom, de veiligheid en de rechten van Palestijnse bewoners? En wat gebeurt er wanneer die belangen botsen? Dat zijn wezenlijke vragen. Alleen zeggen dat je van je Palestijnse buren houdt, is nog geen antwoord. Maar ik vind het wel belangrijk dat die overtuiging en die betrokkenheid blijkbaar naast elkaar kunnen bestaan. Dat mensen die zeer uitgesproken zijn over de Joodse aanspraken op Judea en Samaria niet automatisch vijandig staan tegenover Palestijnen. Sterker nog, sommigen zijn juist vanuit hun geloof overtuigd dat zij hun Palestijnse buren met respect en liefde behoren te behandelen. Ook onder Palestijnen hoorde ik dat niet iedere kolonist op dezelfde manier wordt bekeken. Daarmee zijn de conflicten, de ongelijkheid en het geweld niet verdwenen. De vraag is ook hoe breed deze opvattingen worden gedeeld en hoeveel ze in de praktijk veranderen. Maar ze laten wel een werkelijkheid zien die verloren gaat wanneer iedereen onder één etiket wordt geplaatst. Een overtuigde kolonist kan radicale kolonistengeweld afwijzen. Een religieuze Jood kan zijn historische rechten verdedigen en tegelijkertijd erkennen dat Palestijnen eveneens een band met het land hebben. En een Palestijn kan bezwaar hebben tegen Israëlische nederzettingen, maar toch onderscheid maken tussen verschillende Joodse gemeenschappen en hun bewoners. Misschien moeten we daar wat vaker naar luisteren. Niet omdat er eenvoudige antwoorden zijn. Juist omdat die ontbreken. Die ene uitspraak blijft mij bij: Judea en Samaria vasthouden en uitbreiden, maar met liefde voor Palestijnen. Hoe dan? Misschien is dat wel een van de belangrijkste vragen die de mensen die er wonen samen moeten beantwoorden.
1
1
21
83.000 Israëliërs vertrokken. Maar hoeveel mensen verloor Israël werkelijk? Onder mijn bericht over een Franse Jood die zich in Europa niet langer veilig voelde en daarom naar Israël emigreerde, kwam de reactie: "Sinds 2023 zijn er 83.000 Israëliërs vertrokken." Dat cijfer verdient aandacht. Maar vooral context. Om te beginnen: de emigratie is zelfs hoger. In 2024 registreerde Israël bijna 83.000 langdurige emigranten. In 2025 waren dat er ongeveer 69.500. Een serieus probleem, zeker omdat ook jonge, hoogopgeleide en in Israël geboren mensen vertrekken. Maar wie alleen het aantal vertrekkers noemt, vergeet iets wezenlijks. Emigratie is geen migratiesaldo. Neem 2024. Tegenover de bijna 83.000 vertrekkers stonden ruim 24.000 terugkerende Israëliërs, ruim 32.000 nieuwe immigranten en nog eens ongeveer 8.000 mensen die langs andere wegen, waaronder gezinshereniging, naar Israël kwamen. Het daadwerkelijke internationale migratiesaldo was volgens het Israëlische statistiekbureau ongeveer 19.000 negatief. Geen 83.000, maar 19.000. Nog steeds een verlies. Maar wel een verschil van bijna 77%. En ondanks dat negatieve migratiesaldo groeide de Israëlische bevolking in 2024 met ruim 100.000 mensen. Maar het wordt nog interessanter wanneer we naar de Joodse bevolking afzonderlijk kijken. Van die bijna 83.000 emigranten was slechts 58,3% Joods. Ongeveer 48.300 mensen. De overige vertrekkers waren Arabische Israëliërs en vooral mensen uit de categorie 'overigen', waaronder veel immigranten uit de voormalige Sovjet-Unie die niet als Joods geregistreerd staan. Die laatste groep is sterk oververtegenwoordigd in de emigratiecijfers. En vergeet niet: onder de terugkerende Israëliërs en nieuwe immigranten bevinden zich natuurlijk eveneens Joden. Het precieze Joodse migratiesaldo moet daarom afzonderlijk worden berekend. Maar één gegeven is veelzeggend: demograaf Sergio DellaPergola berekende voor 2023 nog een positief Joods migratiesaldo van ongeveer 2.500 personen. Dat is toch een heel ander verhaal dan simpelweg beweren dat Israël door zijn Joodse bevolking massaal wordt verlaten? En dan de internationale vergelijking. Israël leeft sinds 7 oktober 2023 in een vrijwel voortdurende oorlogssituatie. Raketten, terreur, honderdduizenden opgeroepen reservisten, economische onzekerheid en gezinnen die hun huizen moesten verlaten. Je zou verwachten dat de emigratie in zulke omstandigheden internationaal uitzonderlijk hoog is. Maar volgens het onafhankelijke Taub Center lag de Israëlische emigratie in 2024 per inwoner slechts iets boven de mediaan van de Europese Unie. Terwijl de meeste Europese landen niet in een vergelijkbare oorlogssituatie verkeren. Sterker nog: van alle mensen die in Israël geboren zijn, woonde in 2023 naar schatting slechts 4,3% in het buitenland. In 1990 was dat nog 8,3%. Ook historisch moeten we dus voorzichtig zijn met conclusies. Na de Jom Kipoeroorlog van 1973 nam de emigratie eveneens sterk toe. Israël kende vaker perioden waarin oorlogen, economische onzekerheid en politieke verdeeldheid mensen deden vertrekken. Maar Israël kende ook steeds nieuwe immigratiegolven. En emigratiewensen bestaan overal. In Jordanië heeft 44% emigratie overwogen. In verschillende Balkanlanden bestaat eveneens een vertrekbereidheid van rond de 40%. In Nederland overweegt ongeveer 12% serieus een verhuizing naar het buitenland. Die onderzoeken zijn niet volledig vergelijkbaar. Maar ze laten wel zien dat de wens om elders een toekomst op te bouwen bepaald niet uniek is voor Israël. Ook in Nederland hoor ik mensen zeggen: "Dit is mijn land niet meer." Vanwege de politiek, de maatschappelijke ontwikkelingen of de toekomst die ze voor hun kinderen zien. Dat betekent toch niet dat ze Nederland niet meer liefhebben? Waarom zou dat bij Israëliërs anders zijn? Want verbondenheid met een land is iets anders dan tevredenheid over de omstandigheden.
Replying to @StandWithTmicha
Sinds 2023 zijn er 83000 israeliers vertrokken.
2
8
308
Volgens het Israel Democracy Institute wilde in 2025 een grote meerderheid van zowel Joodse als Arabische Israëliërs liever in Israël blijven wonen, zelfs wanneer zij onder gunstige voorwaarden naar een westers land konden emigreren. Ondanks de oorlog. Ondanks de politieke verdeeldheid. Ondanks alle onzekerheid. Dat vind ik opmerkelijk. Maar misschien missen we nog wel de belangrijkste ontwikkeling. Wie komen er juist nú naar Israël? Terwijl Israëliërs vertrekken, maken Joden vanuit de hele wereld aliyah. In 2025 kwamen ruim 22.000 nieuwe immigranten naar Israël, vanuit meer dan honderd landen. De wereldwijde immigratie liep terug, vooral doordat de uitzonderlijk grote instroom uit Rusland en Oekraïne van eerdere jaren afnam. Maar vanuit verschillende welvarende westerse landen, waaronder de Verenigde Staten, Frankrijk, Groot-Brittannië en Canada, nam de aliyah juist toe. En dat midden in een oorlog. Waarom zou iemand uit een welvarend westers land zijn bestaan achterlaten om naar een land te verhuizen waar de huizen duur zijn, reservisten worden opgeroepen en raketten kunnen vallen? Voor veel van deze mensen spelen geloof, Joodse identiteit, verbondenheid met Israël, familie en toenemend antisemitisme een belangrijke rol. Dat roept een interessante vraag op. Wat betekent dit voor de toekomstige samenstelling van de Israëlische bevolking? Wanneer mensen die weinig toekomstperspectief zien vertrekken, terwijl anderen juist onder uitzonderlijk moeilijke omstandigheden bewust voor Israël kiezen, kan er een selectie-effect ontstaan. Mensen voor wie de verbondenheid met het land zo zwaar weegt dat zij bereid zijn er offers voor te brengen. Ook onder de bestaande Israëlische bevolking blijkt dat sterker religieus verbonden Joden veel minder vaak emigratie overwegen dan seculiere Joden. Het is dus denkbaar dat de nationale en ideologische verbondenheid van de bevolking op termijn zelfs sterker wordt. Dat is geen bewezen uitkomst. Israël verliest ook kennis, ondernemerschap en talent. En wie vertrekt, hoeft helemaal niet minder van Israël te houden. Maar het is wel een mogelijke ontwikkeling die je volledig mist wanneer je alleen de emigratiecijfers bekijkt. En daarmee kom ik terug bij de Franse Jood die ik tijdens mijn reis sprak. Hij had jarenlang in Nederland gewoond. Hij kende de Nederlandse samenleving en vertelde aanvankelijk positieve verhalen. Maar gaandeweg kwam een andere kant naar voren. Hoe hij zijn Joodse identiteit soms verborgen hield. Hoe vrienden en collega's na 7 oktober anders naar hem gingen kijken. Hoe mensen zich ongemakkelijk voelden bij hun vriendschap met een Jood. En uiteindelijk die vraag die iedere vader begrijpt: waar wil ik mijn kind laten opgroeien? Hij wist heel goed dat het leven in Israël duur en moeilijk is. Dat er oorlog is. Dat de veiligheidssituatie onzeker is. En toch koos hij voor Israël. Omdat hij zich daar als Jood vrijer voelde om te zijn wie hij is. Niet een gemakkelijker bestaan, maar een bestaan waarin hij zijn identiteit niet hoeft te verbergen. Dat is de paradox die achter de migratiecijfers schuilgaat. Sommige Israëliërs vertrekken omdat zij elders meer toekomst zien. Andere Joden verlaten juist welvarende, veilige democratieën naar westerse maatstaven, omdat zij hun toekomst als Jood in Israël zien. Beide ontwikkelingen zijn werkelijk. Maar wie de toekomst van Israël wil beoordelen, moet niet alleen tellen hoeveel mensen vertrekken. Je moet ook tellen hoeveel mensen terugkeren. Hoeveel mensen aliyah maken. Wie er vertrekken. Wie er komen. En vooral waarom. En je moet onderscheid maken tussen ontevredenheid over de omstandigheden en verbondenheid met het land. Want misschien vertelt de keuze van een vader die midden in een oorlog bewust naar Israël verhuist, minstens zoveel over de toekomst van dat land als het vertrek van iemand die elders betere kansen zoekt. 83.000 vertrekkers vertellen een verhaal. Maar niet het hele verhaal.
3
28
These attacks are morally wrong and self-defeating. I am a strong supporter Israel's claim to Judea and Samaria. The anarchistic thugs who beat this woman and others are sabotaging the objectives of settlement movement and undermining sovereignty of the State of Israel.
Israel's Ynet reports on the son of Washington Post photographer Heidi Levine speaking to his mother about her injuries after she was attacked in the West Bank Most of mainstream Israel has sympathy for her and condemns the hooligans who attacked her. This is the correct view. It's correct to have sympathy for a woman in her 60s who was attacked by a gang of young men. That's what a normal society does; it has sympathy for people who are attacked by hooligans. Those who stand with Israel can feel confident that most Israelis condemn this attack. No one needs to feel that standing with Israel means excusing the violence. It's normal to condemn the violence. There is a small group of people who excuse the hooligans. They should consider that it's not acceptable for young men to beat a woman in her 60s who was doing her job. Some people don't like journalists working in the West Bank, but it's still the right of a person not to be attacked. It's a basic human right of a person to not be assaulted by gangs of young men.
2
5
14
508
Hij koos voor Israël. Niet omdat het leven er gemakkelijker is, maar omdat hij er Jood kan zijn. Vanmorgen raakte ik tijdens mijn reis door Israël in gesprek met een Franse Jood. Hij was getrouwd met een Nederlandse vrouw en had enkele jaren in Nederland gewoond. Aanvankelijk was hij opvallend positief over ons land. Nederlanders waren vriendelijk, vertelde hij. Hij had er een goede tijd gehad. Maar naarmate ons gesprek vorderde, veranderde zijn verhaal. Langzaam kwam er een andere werkelijkheid naar voren. Een werkelijkheid die achter die vriendelijke Nederlandse buitenkant schuilging. Hij vertelde dat hij zich in Nederland uiteindelijk onvoldoende veilig voelde om er zijn kind te laten opgroeien. Daarom had hij voor Israël gekozen. En dat terwijl het leven in Israël bepaald niet gemakkelijk is. Het is duur, er zijn economische onzekerheden en de veiligheidsdreiging is er voortdurend aanwezig. Toch voelde hij zich er als Jood veiliger. De druppel was de kinderopvang van zijn kind. Daar werd een Palestijnse vlag opgehangen. Voor hem was dat een keerpunt. Juist op de plek waar hij zijn kind iedere dag in vertrouwen achterliet, werd een politiek symbool opgehangen dat voor hem, tegen de achtergrond van zijn ervaringen en de vijandigheid tegenover Joden, allesbehalve een gevoel van veiligheid opriep. Hij stelde zichzelf een vraag die iedere ouder zal begrijpen: Wil ik mijn kind hier laten opgroeien? Maar misschien vond ik wat hij daarna vertelde nog wel aangrijpender. Want hoewel hij Nederlanders aanvankelijk als vriendelijke mensen beschreef, gaf hij later in ons gesprek toe dat hij zijn Joodse identiteit in Nederland geregeld verborgen hield. Om zich veilig te voelen. Sta daar eens bij stil. Een man die in ons land woont, die met een Nederlandse is getrouwd, die hier vrienden en collega's heeft, maar die zich niet vrij voelt om openlijk te laten zien wie hij is. Sinds 7 oktober 2023 was dat gevoel alleen maar sterker geworden. Hij merkte dat vrienden en collega's anders naar hem gingen kijken. Dat er andere vragen werden gesteld. Dat zijn Joodse identiteit ineens iets werd waar mensen zich ongemakkelijk bij voelden. Hij vertelde ook dat sommige mensen terughoudend worden in hun vriendschap met Joden. Of aarzelen om naar Israël te reizen, niet zozeer vanwege hun eigen overtuigingen, maar omdat ze bang zijn voor wat anderen daarvan zullen vinden. Dat vond ik misschien wel het meest veelzeggende aan zijn verhaal. Niet alleen openlijke vijandigheid, maar ook de stille, sociale druk. Het gevoel dat vriendschap met een Jood kennelijk iets is waarvoor je je tegenover anderen moet verantwoorden. En toen ik hem naar Frankrijk vroeg, werd het verhaal nog schrijnender. Want in Frankrijk had hij zich nóg veel onveiliger gevoeld dan in Nederland. Zijn verhaal staat niet op zichzelf. Tijdens mijn verblijf in Tel Aviv viel mij al op hoeveel Frans ik op straat hoorde. Ook sprak ik onafhankelijk van elkaar twee Joodse Israëli's die expliciet vertelden dat er momenteel opvallend veel Franse Joden naar Haifa komen. Dat zijn persoonlijke waarnemingen en gesprekken. Maar de officiële cijfers laten zien dat er inderdaad een veel grotere beweging gaande is. In 2023 emigreerden 1.097 Joden vanuit Frankrijk naar Israël. In 2024 waren het er 2.234 en in 2025 al 3.357. En nu komt het opmerkelijke. Volgens cijfers die het Israëlische ministerie van Immigratie op 12 oktober 2026 publiceerde, zijn er dit jaar al ongeveer 3.950 Franse Joden naar Israël geëmigreerd. Meer dus dan gedurende het hele voorgaande jaar. Ook de belangstelling neemt toe. Bij een recente aliyahbeurs in Parijs kwamen ongeveer 2.000 belangstellenden uit meer dan 600 huishoudens informeren naar emigratie.
11
6
24
1,266
Haifa probeert deze nieuwe immigranten zelfs actief aan te trekken. In februari kondigde de Israëlische minister van Immigratie daar een regeling aan met ongeveer 2.000 sjekel maandelijkse huurondersteuning gedurende twee jaar voor nieuwe immigranten die zich in de stad vestigen. De verhalen die ik hier hoorde, passen dus in een aantoonbaar grotere ontwikkeling. En mogelijk vertellen de officiële emigratiecijfers nog niet het hele verhaal. Wie alvast een woning in Israël betrekt, een deel van het jaar hier verblijft of zijn vertrek voorbereidt, wordt immers niet noodzakelijk meteen als nieuwe immigrant geregistreerd. Hoe groot die groep is, weten we niet. Maar waarom overwegen zoveel Franse Joden hun toekomst elders? De cijfers over antisemitisme geven in ieder geval aanleiding tot grote zorg. Volgens het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken werden in 2025 maar liefst 1.320 antisemitische incidenten geregistreerd. Weliswaar minder dan in 2024, maar nog altijd op een historisch uitzonderlijk hoog niveau. Ook Nederland heeft een ernstig probleem. Het CIDI registreerde in 2025 281 antisemitische incidenten, na 421 in 2024. Ondanks de daling bleef het aantal veel hoger dan vóór 7 oktober 2023. En het gaat niet alleen om incidenten. Uit onderzoek van het Europese Agentschap voor de Grondrechten bleek dat 76% van de ondervraagde Europese Joden hun Joodse identiteit ten minste af en toe verborgen houdt. Driekwart ervoer dat anderen hen als Joden verantwoordelijk hielden voor het beleid van de Israëlische regering. Die gegevens werden nota bene al vóór 7 oktober 2023 verzameld. Dat maakt het gesprek van vanmorgen des te indringender. Want achter die percentages zitten mensen. Vaders en moeders die nadenken over de toekomst van hun kinderen. Mensen die zich afvragen of ze nog wel herkenbaar Joods kunnen zijn. Die zorgvuldig afwegen wat ze tegen collega's vertellen, welke symbolen ze dragen en welke gesprekken ze beter kunnen vermijden. Natuurlijk heeft niet iedere Franse Jood die naar Israël verhuist dezelfde motieven. Religie, familie, verbondenheid met Israël en economische verwachtingen spelen eveneens een rol. Maar wanneer iemand mij vertelt dat hij liever in een land woont waar raketten kunnen vallen, waar het leven duurder en ingewikkelder is, dan in het relatief welvarende en vreedzame Nederland, uitsluitend omdat hij zich daar als Jood veiliger voelt, dan moet ons dat diep aan het denken zetten. We praten in Nederland veel over diversiteit, inclusiviteit en veiligheid. Over een samenleving waarin iedereen zichzelf moet kunnen zijn. Maar wat betekenen die woorden als een Joodse vader zijn identiteit verbergt en uiteindelijk vertrekt omdat hij zijn kind hier niet veilig durft te laten opgroeien? Wat zegt het over onze samenleving wanneer iemand Nederlanders vriendelijk noemt, maar tegelijkertijd vertelt dat hij zich als Jood niet vrij voelde? En wat zegt het wanneer mensen zich zelfs ongemakkelijk gaan voelen over een vriendschap met Joden, uit angst voor het oordeel van hun omgeving? Daar ligt wat mij betreft de werkelijke confrontatie. De groeiende Franse aliyah is niet alleen een Israëlisch immigratieverhaal. Het vertelt ook iets over Europa. Over Frankrijk. En over Nederland. Israël is voor deze man geen gemakkelijke uitweg. Het is een bewuste keuze voor een toekomst waarin zijn kind openlijk Joods kan opgroeien. En misschien is dat wel de pijnlijkste conclusie: dat een Joodse vader zich, ondanks oorlog en terreurdreiging, in Israël vrijer en veiliger voelt dan in het land dat wij zo graag als tolerant beschouwen.
1
1
6
95
Massaal rellen, plunderen, de boel slopen en in de fik steken. De voorleesmoeders van de NOS putten er hoop uit.
188
429
25
2,759
27,995
tmicha retweeted
Islamistische terreurgroepen dringen Christelijke dorpen kunnen en vermoorden iedereen. Nederland zwijgt.
43
132
9
267
3,556
‘Niemand ontkent de historische banden van Joden met Israël’, kreeg ik als reactie op mijn bericht over Judea en Samaria. Maar dat is aantoonbaar onjuist. Palestijnse leiders, religieuze gezagsdragers en anderen hebben die historische verbondenheid herhaaldelijk en expliciet ontkend. Dat is geen interpretatie. Hun uitspraken zijn zwart-op-wit terug te vinden. Een paar concrete voorbeelden. In 2023 beweerde Mahmoud Abbas bij de VN dat archeologische opgravingen geen bewijs voor de Joodse geschiedenis rond de Tempelberg hadden opgeleverd. Zijn woordvoerder Abu Rudeineh ging nog verder: er zou geen historisch bewijs bestaan dat Joden ooit in het land aanwezig waren. De grootmoefti van Jeruzalem ontkende in 2015 dat er ooit Joodse tempels op de Tempelberg hebben gestaan. Artikel 20 van het oorspronkelijke PLO-handvest uit 1968 verwierp expliciet de historische en religieuze banden van Joden met Palestina. En ook binnen de VN zien we hoe die geschiedenis naar de achtergrond verdwijnt. In 2016 nam UNESCO resoluties aan waarin de Joodse verbondenheid met de Tempelberg nauwelijks werd erkend. Zelfs de directeur-generaal van UNESCO voelde zich genoodzaakt te waarschuwen tegen het uitwissen van de Joodse geschiedenis. Het blijft niet bij politieke leiders. Journaliste Yardena Schwartz beschreef in 2021 hoe Palestijnse studenten, bestuurders en religieuze vertegenwoordigers in Hebron tegenover haar de historische Joodse banden met die stad ontkenden. Dit zijn geen obscure uitspraken van een paar anonieme accounts op X. Het gaat om politieke en religieuze leiders, officiële documenten en opvattingen die ook vandaag nog worden verkondigd. En dit zijn slechts enkele voorbeelden. Wie verder zoekt, vindt er meer. Natuurlijk ontkent niet iedere criticus van Israël de Joodse geschiedenis. Dat beweer ik ook nergens. Maar volhouden dat niemand die geschiedenis ontkent, terwijl er zoveel gedocumenteerde voorbeelden bestaan, is moeilijk te verdedigen. En dan wordt er nog een ander argument bijgehaald: historische verbondenheid zou niet automatisch eigendomsrechten opleveren. Maar wie beweert dat dan? Dat was helemaal niet mijn punt. Je kunt discussiëren over grenzen, nederzettingen en politieke rechten zonder de geschiedenis van een volk te ontkennen. Net zoals erkenning van de Joodse geschiedenis niets afdoet aan de historische verbondenheid en rechten van Palestijnen. Wat mij vooral verbaast, is dat we inmiddels kennelijk zelfs moeten aantonen dát die ontkenning bestaat.
Replying to @StandWithTmicha
Niemand betwist de historische banden met het gebied. Maar historische banden zijn geen eigendomsrechten.
1
1
1
55
Apartheid. Etnische zuivering. Religieuze discriminatie. Het zijn beschuldigingen die voortdurend klinken als het over Israël gaat. Maar na bijna twee weken reizen door Israël, Jeruzalem, Judea en Samaria zijn mij vooral een paar opmerkelijke tegenstellingen opgevallen. Overal zagen we Joden en Arabieren naast elkaar werken. Niet alleen in winkels en restaurants, maar ook als artsen, apothekers, ondernemers en andere professionals. Arabische Israëliërs maken volop deel uit van de samenleving. Ze werken in ziekenhuizen, studeren aan universiteiten en zijn vertegenwoordigd in het parlement. We liepen ook zonder problemen verschillende synagogen binnen. Niemand die ons tegenhield. Vergelijk dat eens met de Tempelberg, de heiligste plaats binnen het jodendom. Joden mogen er alleen op bepaalde tijden komen en mogen er niet openlijk bidden. Voor niet-moslims gelden strenge beperkingen. En dan zijn er die enorme rode waarschuwingsborden die je overal in Judea en Samaria tegenkomt. Ze waarschuwen dat Israëlische staatsburgers Palestijns bestuurd gebied A niet mogen betreden en dat het levensgevaarlijk kan zijn. Die waarschuwingen staan er niet voor niets. Ook vandaag kan een Joodse Israëliër niet zomaar veilig door Bethlehem lopen. Israëliërs die Palestijnse steden binnengingen, zijn aangevallen en soms zelfs vermoord. Tegelijkertijd kunnen Arabische Israëliërs zich vrij bewegen door Jeruzalem, Tel Aviv en andere Israëlische steden. Ze wonen, werken en winkelen er. Ook Palestijnen uit Bethlehem kunnen met een vergunning Israël binnenkomen, al is die niet altijd gemakkelijk te krijgen. En kijk dan eens naar de geschiedenis. Van 1948 tot 1967 stond Oost-Jeruzalem onder Jordaans bestuur. Negentien jaar lang mochten Joden de Klaagmuur niet bezoeken. Stel je dat eens voor. Negentien jaar lang geen toegang tot hun belangrijkste heilige gebedsplaats. In de oude Joodse wijk werden tientallen synagogen verwoest of ontwijd. Sommige werden zelfs als stallen gebruikt. Op de eeuwenoude Joodse begraafplaats op de Olijfberg werden duizenden grafstenen vernield of weggehaald. Ze werden gebruikt als bouwmateriaal, zelfs voor militaire toiletten. En dan Hebron. We hebben er zelf rondgelopen. Een stad met een indrukwekkende Joodse geschiedenis, maar ook met een bijzonder pijnlijk verleden. In 1929 werden hier 67 Joden vermoord. De eeuwenoude Joodse gemeenschap verdween uiteindelijk uit de stad. Onder Jordaans bestuur werd de historische Joodse wijk grotendeels verwoest. De Avraham Avinu-synagoge, gebouwd in 1540, werd vernield. Wat ervan overbleef, werd gebruikt als onderkomen voor geiten en ezels. Op en rond het terrein kwamen een openbaar toilet en een vuilnisbelt. Laat dat eens tot je doordringen. Een synagoge waar eeuwenlang Joden samenkwamen om te bidden. Waar generaties lang het geloof werd doorgegeven. Uiteindelijk een ruïne waar dieren tussen het puin liepen. Maar misschien vond ik het contrast bij het Graf van de Aartsvaders nog wel het meest opmerkelijk. Volgens de overlevering liggen hier Abraham, Isaak en Jakob begraven. Een heilige plaats voor zowel Joden als moslims. Eeuwenlang mochten Joden niet verder komen dan de zevende trede van de trap buiten het gebouw. Zeven treden. Verder niet. Onder Jordaans bestuur was zelfs dat niet meer toegestaan. Vandaag is het complex onder Israëlisch bestuur verdeeld. Ongeveer 65% is bestemd voor islamitische erediensten en ongeveer 35% voor Joodse erediensten. Probeer je dat contrast eens voor te stellen. Waar Joden onder islamitisch bestuur niet verder mochten komen dan zeven treden buiten het gebouw, hebben moslims onder Israëlisch bestuur nog altijd het grootste deel van het complex tot hun beschikking. Ook de historische Sidna Omar-moskee staat nog altijd midden in de Joodse wijk van Jeruzalem, al is deze sinds 1967 niet meer in gebruik als gebedsplaats. En toch wordt Israël voortdurend beschuldigd van apartheid, etnische zuivering en religieuze discriminatie.
2
6
7
365
Maar wie werd er verdreven uit de historische Joodse wijk van Hebron? Wie mocht negentien jaar lang niet bij de Klaagmuur komen? Wiens synagogen werden verwoest en als stallen gebruikt? Wiens eeuwenoude graven werden geschonden? En wie kan vandaag nog altijd niet zonder gevaar bepaalde steden binnengaan? Dit zijn geen verzinsels of overdreven verhalen. Het is gedocumenteerde geschiedenis. En sommige van die tegenstellingen bestaan tot op de dag van vandaag. Natuurlijk betekent dit niet dat Palestijnen geen discriminatie, beperkingen of verdrijving ervaren. Ook dat gebeurt en verdient serieuze aandacht. Maar wat mij opvalt, is hoe vaak de andere kant van deze geschiedenis buiten beeld blijft. Er wordt uitgebreid gesproken over Joodse nederzettingen, maar hoe vaak horen we nog over de Joodse gemeenschappen die uit Hebron en Oost-Jeruzalem werden verdreven? Er wordt gesproken over religieuze uitsluiting, maar hoe vaak staan we stil bij de eeuwenlange uitsluiting van Joden van hun eigen heilige plaatsen? En waarom wordt Israël zo nadrukkelijk langs een morele meetlat gelegd, terwijl diezelfde meetlat veel minder zichtbaar lijkt wanneer het gaat om de behandeling van Joden? Waarom eigenlijk? Waarom veroordelen we uitsluiting terecht wanneer het de ene bevolkingsgroep treft, maar blijft het zo vaak stil wanneer Joden daarvan het slachtoffer zijn? Waarom wordt er zo gemakkelijk gesproken over etnische zuivering, terwijl de verdrijving van Joodse gemeenschappen uit Hebron en Oost-Jeruzalem nauwelijks een plaats krijgt in het verhaal? Daarmee zeg ik niet dat Israël geen fouten maakt. Of dat iedere maatregel van de Israëlische overheid gerechtvaardigd is. Natuurlijk niet. Maar laten we dan wel eerlijk zijn over de geschiedenis. Over wat er daadwerkelijk is gebeurd én over de werkelijkheid van vandaag. Als we spreken over apartheid, etnische zuivering en godsdienstvrijheid, moeten we voor iedereen dezelfde maatstaven hanteren. Ook wanneer de feiten niet passen bij het beeld dat we ons al hebben gevormd. Want wie werkelijk recht wil doen aan de geschiedenis én aan de mensen die hier vandaag leven, kan niet volstaan met slogans en eenzijdige verhalen. De werkelijkheid is veel ingewikkelder. En juist daarom verdient zij een eerlijker en vollediger verhaal.
2
2
39
‘Maar wat heb ík dan verkeerd gedaan?’ Die vraag van een Armeense winkelier in Jeruzalem laat me niet los. Critici van de Nederlandse sancties tegen Israël spreken over een verkapt ‘koop niet bij Joden’. Maar tijdens mijn reis ontdekte ik een werkelijkheid die minstens zo wrang is. Ik slenterde door de smalle straatjes van de Oude Stad van Jeruzalem. In een Armeens winkeltje zag ik prachtig keramiek. We raakten vriendelijk aan de praat. Het keramiek bleek door zijn eigen broer met de hand te worden gemaakt. Gewoon daar, in de Oude Stad. Prachtig vakmanschap. Een familiebedrijf. Precies het soort souvenir dat ik graag mee naar huis neem. Zoals gebruikelijk begon ik een beetje te onderhandelen over de prijs. Tot plotseling het kwartje viel. Dit mocht ik helemaal niet meenemen naar Nederland! De Nederlandse regering heeft namelijk ook de Oude Stad van Jeruzalem onder het invoerverbod gebracht. Zelfs handgemaakt keramiek van een Armeense familie valt daardoor onder de sancties. Ik legde het hem uit. En eerlijk gezegd schaamde ik me een beetje. Ik mocht het keramiek daar wel kopen, maar niet meenemen naar Nederland. Ik kon dus beter in de Nieuwe Stad iets kopen dat binnen de internationaal erkende grenzen van Israël was gemaakt. Misschien duurder voor mij. Maar vooral een gemiste verkoop voor hem. Hij keek me met oprechte verbazing en onbegrip aan. ‘Maar wat heb ik gedaan? Mijn familie woont hier al generaties. We wonen hier naast Joden. We hebben nooit problemen met elkaar gehad. Wij zijn toch niet het probleem?’ Wat zeg je dan? Daar sta je als Nederlander, tegenover een vriendelijke Armeense winkelier, die samen met zijn broer probeert een bestaan op te bouwen. Zijn broer maakt het keramiek. Hij probeert het te verkopen. Een familie die al generaties in Jeruzalem woont. En ik moet hem uitleggen waarom mijn regering heeft besloten dat ik hun handwerk niet mee naar Nederland mag nemen. Omdat het op de verkeerde plek gemaakt is. Een vergelijkbare ontmoeting had ik met een Arabische christen met een klein winkeltje in gebied C op de Westelijke Jordaanoever. Een vriendelijke man die vertelde hoe weinig toeristen hij tegenwoordig nog ontving. Iedere klant was welkom. Iedere verkoop telde. Ook daar kwam die ongemakkelijke werkelijkheid van de sancties dichtbij. En dan de praktische onuitvoerbaarheid voor toeristen. Een boekje dat in Tel Aviv is gedrukt, mag ik meenemen. Datzelfde boekje, gedrukt in de Oude Stad van Jeruzalem, kan verboden zijn. Hoe moet je dat als gewone toerist allemaal controleren? Moet je bij iedere kleine winkelier vragen waar zijn producten precies zijn gemaakt? Bij twijfel koop je maar niets. En wie verliest dan die inkomsten? Niet noodzakelijk de mensen tegen wie de sancties bedoeld zijn. Maar ook de Armeense winkelier. Zijn broer die het keramiek maakt. De Arabisch-christelijke ondernemer die toch al nauwelijks toeristen ontvangt. De Nederlandse regering zegt met deze sancties Israëlische nederzettingen economisch te willen raken. Maar de uitwerking is veel breder. De maatregelen maken geen onderscheid tussen een Israëlische kolonist en een Armeense familie die al generaties in de Oude Stad woont. De herkomst van het product bepaalt of het verboden is. Dat is misschien wel het wrangste. Mensen die niets met het Israëlische nederzettingenbeleid te maken hebben, kunnen eveneens de rekening gepresenteerd krijgen. En juist de kleine ondernemers voelen iedere gemiste verkoop. Mensen zonder politieke invloed. Zonder lobbyisten in Den Haag. Zonder de mogelijkheid om hun werkplaats zomaar te verplaatsen. In Nederland discussiëren we over principes, internationaal recht en politieke druk. Daar stond ik tegenover een man die alleen maar het keramiek van zijn broer wilde verkopen. Hij sprak niet met vijandigheid over zijn Joodse buren. Integendeel. Hij vertelde juist hoe ze al generaties zonder problemen naast elkaar leven. Hij zag in mij gewoon een klant.
15
73
7
346
8,599
En ik moest hem uitleggen waarom ik zijn product niet mee naar huis mocht nemen. Soms worden de gevolgen van politieke besluiten het hardst gevoeld door mensen die er het minst over te zeggen hebben. Ik zou willen dat de politici die deze sancties verdedigen zelf eens dat Armeense winkeltje binnenlopen. Het keramiek bewonderen. Het verhaal van die familie aanhoren. En in de ogen van de winkelier kijken. Om vervolgens antwoord te geven op zijn eenvoudige vraag: ‘Maar wat heb ík dan verkeerd gedaan?’
11
350
Bijzonder wat een bericht over de historische Joodse verbondenheid met Judea en Samaria allemaal losmaakt. Ik wijs op archeologische feiten: tweeduizend jaar oude synagogen, mikwes, menora's en eeuwenoude Joodse nederzettingen. En wat krijg je terug? ‘Joodse leugens.’ Theorieën over Poolse Joden die zogenaamd geen Joodse voorouders zouden hebben. Vergelijkingen met Romeinse ruïnes in Tongeren. Beschuldigingen van eenzijdigheid. ‘Blijf daar.’ En iemand noemt de Westelijke Jordaanoever zelfs ‘haatland’. Een gebied met duizenden jaren Joodse geschiedenis, waar ook vandaag Joden wonen, wordt zo gereduceerd tot een symbool van haat. Maar geen van deze reacties weerlegt ook maar één archeologisch feit. Sterker nog: wie de historische Joodse aanwezigheid benoemt, wordt kennelijk al van eenzijdigheid beschuldigd. Alsof het erkennen van Joodse geschiedenis automatisch betekent dat je Palestijnse geschiedenis ontkent. De Joodse verbondenheid met Judea en Samaria is geen moderne politieke uitvinding. Ze is historisch, archeologisch en religieus uitvoerig gedocumenteerd. Dat vervolgens theorieën over afkomst en genetische zuiverheid worden aangevoerd om die verbondenheid te ontkennen, is bijzonder kwalijk. Zulke redeneringen raken aan bekende antisemitische denkbeelden. En dan natuurlijk de suggestie: ‘Dus dan mag je Palestijnen uit hun huizen verdrijven en hun huizen verbranden?’ Nee. Natuurlijk niet. Maar werkelijk niemand heeft dat beweerd. Dat is precies het opmerkelijke aan deze reacties. Een bericht over archeologische vondsten wordt onmiddellijk omgebogen naar een discussie over kolonistengeweld, alsof je dat geweld automatisch goedkeurt zodra je de Joodse geschiedenis benoemt. Geweld tegen onschuldige Palestijnen is verkeerd en verdient veroordeling. Maar dat maakt de Joodse geschiedenis van het gebied niet minder waar. En ‘blijf daar’? Kennelijk is zelfs het bezoeken van Israël voor sommigen al aanleiding om iemand weg te wensen. Het ging over historische feiten. In plaats van die te weerleggen, worden Joodse afkomst, Joodse aanwezigheid en de legitimiteit van die geschiedenis ter discussie gesteld. Je kunt kritiek hebben op Israël zonder Joodse geschiedenis te ontkennen. Je kunt geweld door kolonisten veroordelen zonder een heel gebied en zijn Joodse inwoners met haat te associëren. En je kunt Palestijnse rechten erkennen zonder de eeuwenoude Joodse verbondenheid met Judea en Samaria uit te wissen. Dat onderscheid zou vanzelfsprekend moeten zijn. De reacties laten zien hoe weinig vanzelfsprekend het kennelijk is.
De afgelopen dagen opnieuw door Israël getrokken. Ook door Judea en Samaria, het historische hartland van het Joodse volk. Je struikelt er letterlijk over de geschiedenis. Tweeduizend jaar oude mikwes (rituele baden), afbeeldingen van de menora, resten van synagogen en eeuwenoude Joodse nederzettingen. Overal tastbare sporen van een volk dat hier al duizenden jaren zijn wortels heeft. En dan zijn er nog altijd mensen die beweren dat Joden geen historische verbondenheid met dit land hebben. Dat ze slechts buitenlandse kolonisten zijn. Alsof de Joodse geschiedenis pas in 1948 begon. Alsof Jeruzalem, Hebron, Silo en de heuvels van Judea geen onderdeel vormen van duizenden jaren Joodse geschiedenis. Alsof de Joodse aanwezigheid hier ooit volledig is verdwenen. Je kunt discussiëren over grenzen, nederzettingen en politieke rechten. Maar de historische verbondenheid van het Joodse volk met dit land is geen politieke mening. Het is een historisch en archeologisch vaststaand feit. Wie die verbondenheid ontkent, bestrijdt niet slechts het zionisme. Die ontkent een wezenlijk deel van de geschiedenis van het Joodse volk.
1
47
Wat een merkwaardige redenering van Sheila Sitalsing. Tegen abortus? Of vóór de bescherming van ongeboren kinderen? Tegen asielzoekers? Of vóór een strenger en beter beheersbaar migratiebeleid? Tegen klimaatbeleid? Of vóór een andere aanpak van klimaat en energie? En draai het eens om. Wie vóór abortusrechten is, verzet zich tegen wettelijke bescherming van ongeboren leven zodra die het abortusrecht beperkt. Wie vóór ruimhartig asielbeleid is, verzet zich tegen strengere migratieregels. Wie vóór het huidige klimaatbeleid is, verzet zich tegen alternatieven. Ieder ‘tegen’ is óók een ‘voor’. Het verschil zit in de waarden die je verdedigt. Maar bij Sitalsing worden haar eigen overtuigingen kennelijk gepresenteerd als deugdzaamheid en die van andersdenkenden als afkeer van mensen. En dan die uitsmijter: ‘tegen leuke mensen zijn’. Zo hoef je niet meer te discussiëren over de bescherming van ongeboren leven, migratie of klimaatbeleid. Je verklaart degenen die anders denken simpelweg onaardig. Dat is geen inhoudelijk argument. Dat is een karikatuur.
"Tegen leuke mensen zijn" HAHAHAHAHAHAHA
1
1
8
301
Apartheid. Ethnic cleansing. Religious discrimination. These are the accusations constantly levelled against Israel. But after travelling through Israel, Jerusalem, Judea and Samaria these past days, I keep noticing some remarkable contrasts. Everywhere in Israel, we saw Arabs working alongside Jews. Not just in low-paid jobs, but as doctors, pharmacists, business owners and other professionals. Arab citizens are part of Israeli society, including its parliament, universities and hospitals. We walked freely into synagogues. Compare that with the Temple Mount, Judaism's holiest site, where Jewish worship is restricted and non-Muslim visitors are strictly told where they may and may not go. And then there are those enormous red warning signs throughout Judea and Samaria. Entering Palestinian-controlled Area A is forbidden for Israeli citizens and dangerous to their lives. This is not merely a historical issue. Even today, a Jewish Israeli cannot simply walk into Bethlehem. The security risks are real. Israelis who enter Palestinian-controlled cities have been attacked and sometimes killed. Meanwhile, Arab citizens of Israel can walk through Jerusalem, Tel Aviv and other Israeli cities, work, shop and participate in everyday life. Palestinians from Bethlehem can also enter with Israeli permits, although obtaining those permits is often difficult. Now consider the history. Between 1948 and 1967, under Jordanian rule, Jews were completely excluded from their holy places in eastern Jerusalem. The Western Wall? Inaccessible to Jews for nineteen years. Synagogues? Destroyed, desecrated or turned into stables. The ancient Jewish cemetery on the Mount of Olives? Thousands of gravestones smashed, removed or used as building materials, even in military latrines. And then there is Hebron. In 1929, 67 Jews were massacred. The historic Jewish community was eventually forced to leave. Under Jordanian rule, the centuries-old Jewish Quarter was devastated. The Avraham Avinu Synagogue, built in 1540, was destroyed. Its ruins became a pen for goats and donkeys. A public toilet and rubbish dump occupied the surrounding site. Imagine that. A synagogue that had served the Jewish community for centuries, reduced to rubble and animal waste. But perhaps the most striking contrast is the Tomb of the Patriarchs, traditionally the burial place of Abraham, Isaac and Jacob. For centuries, Jews were allowed no further than seven steps outside the building. Seven steps! Under Jordanian rule, they were excluded entirely. Today, under Israeli control, Muslims retain approximately 65% of the complex for permanent worship, while Jews have approximately 35%. Think about that. Seven steps outside under Muslim rule. Approximately 65% of the building still reserved for Muslim worship under Israeli rule. Meanwhile, the historic Sidna Omar Mosque still stands in the heart of Jerusalem's Jewish Quarter, although it has been closed for worship since 1967. And yet Israel is constantly accused of religious exclusion, apartheid and ethnic cleansing. Who was driven out of Hebron's historic Jewish Quarter? Who was forbidden from visiting the Western Wall? Whose synagogues were destroyed? Whose ancient graves were desecrated? And who still faces serious danger entering certain cities because they are Jewish Israelis? These are not imaginary grievances. They are documented historical events and present-day security realities. Does that mean Palestinians never face discrimination, restrictions or displacement? Of course not. They do, and those facts deserve serious examination too. But why are the documented examples of Jewish exclusion, expulsion and the destruction of Jewish heritage so often missing from the discussion? Why is religious exclusion condemned so loudly in one direction, while its history in the other direction receives so little attention?
1
3
1
3
237
If we are going to discuss apartheid, ethnic cleansing and religious freedom, then surely we should apply the same standards to everyone. And that means examining what actually happened, who was excluded, whose rights were denied and what the reality looks like today. Not merely repeating slogans. Because history and reality are considerably more complicated than the one-sided narrative we are so often presented with.
32
Zelf zit ik politiek tussen CU en SGP in. Daarom bemoedigend dat beide groeien! De CU van 3 naar 5 zetels, de SGP van 3 naar 4. Niet de één ten koste van de ander, maar samen sterker. Terwijl het CDA terrein verliest, wint herkenbaar christelijke politiek aan steun!
4
3
12
511